PhD projects and dissertations Textual Culture
| Laura
Basu | Jesseka Batteau
|
Paul Bijl |
Peter Boot |
Claudia Marie Clemente |
Clazina Dingemanse |
Feike Dietz |
Gaston Franssen |
Alana Gillespie
|
Roeland Harms
| Kornee van der Haven
| Ewoud Kieft |
Davy van Oers
| Michaël Stoker
| Nicoline Timmer
| Inge Werner | Dissertations
|
| Laura Basu Trans-mediation: the case of Ned Kelly Started: 01-09-2006 This PhD project is part of the research
programme ‘The dynamics of cultural remembrance: an intermedial
perspective’. The project as a whole focuses on cultural memory and on
the role played by different media on the evolution and maintenance of
‘memory sites’. |
Jesseka Batteau |
| Paul Bijl Introducing a new medium: the case of photography Started: 01-09-2006 What role do media techniques play in what is remembered? This question lies at the heart of my project. As a member of the Utrecht Research Group on Cultural Remembrance, I am interested in how media techniques (print, film, HTML) influence the emergence, change and disintegration of memory sites over time. I will look at what happens when a new medium technique enters the media landscape. The case that is chosen is that of early photography (1839-1920), more precisely colonial photography of the former Dutch Indies. I will investigate three genres of photography: monuments and landscapes (representing the colony’s ancient and natural history), wars and resistances (political history), and portraits (social history). In all three cases the influence of photographic techniques on what is remembered will be compared to the role played by other media techniques. As I am trained in literature the study of photography offers me the possibility to compare a medium that is mostly iconic, indexical and symbolic (photography) to one that is mostly only symbolic (printed text). The development of the Dutch Indies as a site of remembrance (and forgetting) is dependent on both the cultural artefacts involved (photographs, texts, music, food) and on the social frames in which these artefacts are interpreted. Through focusing on photographic techniques in the construction, reinvention and smothering of cultural remembrances, I want to investigate the possibility of incorporating the results of material analysis (in my project technique, but we can also think of economics, history, biology) into the study of representation. To avoid a relapse into crude materialism, I will keep in touch with non-dogmatic materialisms such as Th.W. Adorno’s. Photographs, as icons, indexes and symbols, hovering somewhere between texts and realities, offer an excellent opportunity to revisit these fundamental questions. |
| Peter Boot Zingeving in code. Betekenisstructuren in het embleem Started: 01-03-2003 Onderwerp van het onderzoek zijn de processen
van betekenisgeving in de 17e-eeuwse West-Europese emblematiek en de
mogelijkheden om deze processen weer te geven in digitale vorm. De
centrale problemen in dit onderzoek zijn: (1) theorievorming over de rol
van woord en beeld en de aard van hun interactie in het produceren van
de betekenis van het embleem, en (2) het ontwerp van een methodiek voor
digitalisering van betekenisaspecten van emblemata, resulterend in het
toegankelijk maken van de resultaten van dit onderzoek vanuit digitale
edities. |
| Claudia Marie Clemente Calvino and Cixous: Travelers within and away from Postmodernism
Started: 01-10-2008 This project examines the application of postmodernism theories and the construction of gender and identity in the work of Italian author Italo Calvino and the French poststructuralist theorist and creative writer Hélène Cixous. Calvino’s experimental work and Cixous’ 'écriture féminine' produced between 1965 and 1985 offer a platform upon which to examine the interface between feminism and postmodernism theories, as applied in the creative work of contemporary experimental (Parisian and Continental European) literary circles. The project seeks to identify a subject at play in this work that is at once gendered and neutered and that embeds itself as the core of an alternative approach that embraces postmodernism and feminism alike. |
| Feike Dietz Emblematische dynamiek in de zeventiende eeuw: woord, beeld, religie
Started: 01-07-2007 Emeritushoogleraar en embleemspecialist Karel
Porteman noemde hem al eens ‘het Europese kroonstuk’ van de religieuze
liefdesemblematiek en ‘het meest verspreide en nagevolgde specimen uit
het genre’: Pia desideria. In 1624 verzorgde de Antwerper Hendrick
Aertssens de eerste druk van deze Neolatijnse embleembundel, geschreven
door stadsgenoot en jezuïetenpriester Herman Hugo en voorzien van platen
van Boëtius a Bolswert. Vele tientallen drukken en bewerkingen in bijna
alle Europese volkstalen zouden deze eerste uitgave opvolgen. Als onderdeel van dit project concentreert mijn studie zich op het Noord-Nederlandse netwerk rondom Pia desideria. Ik richt mij in het bijzonder op de mate waarin en de manier waarop woord- en beeldelementen uit het Neolatijnse boekje terugkeren in vroegmoderne religieuze embleemboeken van Noord-Nederlandse bodem. Met welk doel werden de bestaande elementen opnieuw ingezet? In welke religieuze kringen, in welke regio’s en door welke schrijvers werden fragmenten hergebruikt? Welke wijzigingen ten opzichte van het origineel zijn op te merken en hoe zijn die te verklaren? Om zicht te krijgen op de reikwijdte van de doorwerking van Pia desideria in de Noordelijke Nederlanden, beperk ik mij niet alleen tot embleemboeken, maar besteed ik ook aandacht aan de rol die Pia desideria’s woord- en beeldelementen speelden in andere vroegmoderne cultuuruitingen, zoals liedboeken en gedichtenbundels. Op zowel ‘het Europese kroonstuk’ als de Noord-Nederlandse religieuze cultuur van de vroegmoderne tijd wil mijn onderzoek op deze wijze nieuw licht werpen. |
| Clazina Dingemanse Gesprekspamfletten (1600-1750) Started: 01-03-2001 Vanaf het begin van de Opstand tegen Spanje in
1568 verschenen er in de Republiek tal van pamfletten. Daarvoor waren
pamfletten wel aanwezig, maar vanaf dit moment nam het medium een grote
vlucht. In eerste instantie ter verdediging van de Opstand tegen de
Spaanse koning, maar later werden er allerlei actuele zaken in besproken.
Voor historici vormen pamfletten een dankbare bron van materiaal. Mijn
onderzoek richt zich echter op de literaire aspecten van pamfletten in
de periode 1600-1750, meer in het bijzonder die van gesprekspamfletten.
|
| Gaston Franssen Een wereld aan werkelijkheden: autonomie, engagement en referentialiteit in de poëzie en poëtica van Gerrit Kouwenaar
Started: 15-02-2002 Het Nederlandse dichterscollectief de ‘Vijftigers’ profileerde zich in de jaren vijftig als een sterk politiek en maatschappelijk geëngageerde beweging. Ook de dichter Gerrit Kouwenaar, Vijftiger van het eerste uur, wilde zich in zijn werk rekenschap geven van de actuele werkelijkheid. Zijn generatie voelde zich daartoe genoodzaakt, zo schreef hij in Vijf 5-tigers (1955), omdat zij opgroeide met “een hete oorlog nog naschroeiend in geheugen en lichaam” en daarna volwassen werd in de “vrieswind” die opstak: de tijd van Korea, Stalinisme, Vietnam en de atoombom. Maar in de jaren zestig lijken Kouwenaars literatuuropvattingen zich te wijzigen. Critici en interpreten signaleren in zijn werk een toenemende concentratie op het dichtproces zelf, ten koste van de eerdere betrokkenheid op de wereld. Volgens de poëtica van de latere Kouwenaar zou het gedicht “autonoom” zijn, een “ding van taal”. Sterker nog, de dichter wordt getypeerd als een ‘killer’, iemand die een stukje wereld wil wegmaken en vervangen in taal. In mijn onderzoek laat ik zien dat deze traditionele voorstelling van zaken een eenzijdig en vertekend beeld biedt van Kouwenaars poëzie. Door tekstanalyse te combineren met documentair onderzoek naar de historische en maatschappelijke context enerzijds en interpretatie-theoretisch onderzoek naar de verhouding tekst – wereld anderzijds, wordt het mogelijk om uiteen te zetten hoe noties als ‘autonomie’, ‘referentialiteit’ en ‘realiteit’ zich tot elkaar verhouden. Dat leidt tot een thematische (her)lezing van Kouwenaars oeuvre, waarin de verhouding tussen ‘gedicht’ en ‘wereld’ vanuit een nieuw en verhelderend perspectief wordt bezien. |
| Alana Gillespie The Problem of Thereness: Spectres and Haunting in Irish Modernism and Post-Modernism Started: 01-02-2007 This interdisciplinary project is a study into the phenomenon of spectres and haunting in the works of Samuel Beckett and Flann O’Brien. It is situated in the fields of cultural memory, hauntology and narratology. The dissertation is an investigation into the function and the use of spectres and haunting in fiction as both an aspect of literary behaviour on the part of the authors and as a literary device. The narrative authority of the spectre, which we can understand to be a visible or audible apparition of spirit which presents itself to fictional characters within a literary work, will be considered in relation to narratology. Episodes of haunting in Beckett and O’Brien will be discussed in relation to the theory of hauntology [Derrida et al.]. The dissertation will engage with cultural memory studies in its discussion of how the use of haunting and spectres in these authors’ work reflects issues in Irish history, nationalism and politics, as well as the socio-cultural discourse of haunting. |
| Roeland Harms De rol van de ambulante handel in de verspreiding van kranten en pamfletten in Amsterdam, Haarlem en Utrecht versus Londen en Exeter, 1600-1850 Started: 01-03-2006 Op 10 februari 1703 werd in de stad Leiden
Karel de Kok gevonnist. De Kok werd verbannen uit Leiden, nadat hij
schuldig was bevonden aan twee overtredingen. De eerste aanklacht betrof
zijn ‘ongeregelde, losbandige, slechte leven’. Daarnaast werd hij
veroordeeld voor het lopen met liedjes door de straten van Leiden. |
| Kornee van der Haven Invloed van stedelijke instituties op het theaterrepertoire in Amsterdam en Hamburg tussen 1680 en 1750 Started: 01-02-2003 In de late zeventiende en de vroege achttiende eeuw hadden stedelijke instituties nog een aanzienlijke invloed op de cultuuroverdracht in decentraal bestuurde gebieden als de Republiek of het Duitse Rijk. Pas in de late achttiende eeuw zou gepoogd worden stedelijke literaire instituties om te vormen tot nationale instituties, zoals bij de vorming van een "Nationaltheater" in Hamburg in 1767. Voor die tijd maakten de Amsterdamse Schouwburg en de Hamburgse Opera nog deel uit van een stedelijke literaire infrastructuur met een duidelijke stedelijke identiteit en uitstraling. Een analyse van de wijze waarop niet-literaire stedelijke instituties poogden het repertoire van de Amsterdamse Schouwburg en de Hambursge Opera te beinvloeden moet in dit onderzoek aangeven hoe beide instituties waren ingebed in een als 'stedelijk' aan te merken culturele infrastructuur. Beide insituties werden in hun beleid beinvloed door vertegenwoordigers uit de kerk, de politiek en de commercie. Daarbij speelden specifiek stedelijke belangen een grote rol. Alhoewel Amsterdam en Hamburg in de periode 1680-1750 veel overeenkomsten hadden, juist ook op deze drie gebieden, kenden beide steden toch een heel eigen en specifieke situatie, waarin 'theater' als commercieel, religieus en politiek instrument op totaal verschillende manieren werd toegepast. Deze stedelijke benaderingswijze maakt het mogelijk repertoirevorming op het gebeid van toneel interlokaal te bestuderen, zonder daarbij uit te gaan van nationaal begrensde politieke en culturele eenheden als "Duitsland" en "Nederland". In dit onderzoek zal gepoogd worden los van dergelijke nationale constructies de ontwikkeling van het theater in Hamburg en Amsterdam tussen 1680 en 1750 te bestuderen en te vergelijken. |
| Ewoud Kieft Avant-garde bekeerlingen. Religie, kunst en politiek rond de Eerste Wereldoorlog in Frankrijk, België en Nederland Started: 01-11-2005 Een internationaal vergelijkend onderzoek naar
de eruptie van bekeringen tot het katholicisme onder kunstenaars en
intellectuelen in de periode rond de Eerste Wereldoorlog. Een
geselecteerd aantal bekeerlingen uit de avant-gardekringen in Brussel,
Parijs en in Nederland wordt onderzocht op de dubbelrollen die zij
speelden als mediator tussen subculturen (katholieke en
niet-confessionele) en tussen nationale culturen. Bijzondere aandacht
gaat uit naar verbanden met de Eerste Wereldoorlog: het met de
‘Counter-Enlightenment’ samenhangende verlangen naar oorlog, en de
enorme culturele impact die de oorlog vanaf 1914 in Europa had, ook in
Nederland. |
| Davy van Oers De Venetiaanse «romaneske» autobiografie tussen realiteit en fictie: een «misogyne» enscenering van de vrouw in Memorie inutili (1797) van Carlo Gozzi Started: 01-03-2004 Binnen het hedendaagse literatuuronderzoek omtrent het genre van de autobiografie, blijft de vraag naar het verband tussen historische realia en fictie centraal staan. Het onderzoek wil dit probleem belichten vanuit een bloeiperiode van de Italiaanse autobiografie, nl. de Venetiaanse «romaneske» autobiografie (eind 18e eeuw-begin 19e eeuw). Synergismen tussen roman en autobiografie maken de vraag naar authenticiteit in de autobiografieën van Carlo Gozzi, Carlo Goldoni, Giacomo Casanova en Lorenzo Da Ponte vaak des te problematischer. Rekening houdend met een mogelijk osmotisch proces tussen verschillende literaire genres, zal binnen de autobiografie van Carlo Gozzi de relatie tussen feit en fictie bestudeerd worden a.d.h.v. de analyse van een zowel romanesk als autobiografisch centrale topic: de enscenering van de vrouw. Gozzi’s (overwegend) misogyne beeldvorming van de vrouw – atypisch voor de laatachttiende-eeuwse tijdsgeest – zou kunnen toelaten Memorie inutili (1797) te herpositioneren binnen de Venetiaanse «romaneske» autobiografie. Een speciale aandacht gaat hierbij uit naar de analyse van Gozzi’s ironische stijl. Bovendien zal worden nagegaan in welke mate het clichébeeld van Gozzi als misogyn al dan niet een literaire fictie is. |
| Michaël Stoker Challenging Modernism: Fernando Pessoa and the Book of Disquietude
Started: 01-03-2004 Het oeuvre van Fernando Pessoa is vooral bekend
vanwege het excessieve gebruik van gefingeerde schrijversnamen; door
Pessoa geen pseudoniemen maar “heteroniemen” genoemd en uitgerust met
een eigen biografie en literaire stijl. Als belangrijkste heteroniemen
kunnen worden onderscheiden de natuurdichter Alberto Caeiro, de futurist
Álvaro de Campos, de classicist Ricardo Reis en de prozaschrijver
Bernardo Soares. Deze laatste is de gefingeerde auteur van het Boek
der Rusteloosheid, waaraan geestelijk vader Pessoa van 1913 (het
jaar van zijn eerste publicatie) tot 1935 (het jaar van zijn dood) heeft
gewerkt. De teksten van Pessoa/Soares bleven onvoltooid en ongeordend
achter in een kist waarin nog duizenden (aanzetten tot) gedichten,
essays en verhalen lagen verborgen. Pas in 1982 kwam er een editie van
het Boek der Rusteloosheid op de markt, waarna het boek vrijwel
direct werd herkend als een meesterwerk; “One of the defining texts of
the modern world” (Guardian), “An unique masterpiece, because
there is nothing quite like it in western literature” (Independent),
“Extraordinary…a hounting mosaic of dreams, autobiographical vignettes,
shards of literary theory” (George Steiner in Observer). Een
omvangrijke wetenschappelijke studie waarin de uiteenlopende
inhoudelijke en vormelijke aspecten met elkaar in verband worden
gebracht en wordt gedemonstreerd waaruit het moderne of modernistische
karakter van dit boek bestaat, is echter tot op heden niet voorhanden.
|
| Nicoline Timmer For Real: The Post-Postmodern Syndrome in American Literature at the Turn of the Millennium Started: 01-01-2004 My working hypothesis is that a new ‘post-postmodern’ sensibility is emerging in the arts and culture today. The goal of my research project is to demonstrate that postmodernism is ‘worn out’ and in the process of being reworked and recoded. I will begin with analyzing in which ways writers experiment with new narrative strategies to deal with the ‘crisis of meaning’ in postmodern discourse, more specific a crisis of ‘what it means to be human’ (Ihab Hassan). The focus thereby will be on projections of the human figure (or human figurations) - contrasted with the postmodern ‘decentered subject’ - in the following corpus of contemporary novels: Infinite Jest (1996) by David Foster Wallace, A Heartbreaking Work of Staggering Genius (2000) by Dave Eggers, House of Leaves (2000) written by Mark Danielewski, Rick Moody’s The Black Veil (2002) and Everything is Illuminated (2002) by Jonathan Safran Foer. After close reading the selected novels I want to broaden the perspective and intend to write a genealogy of what I have preliminary labeled ‘post-postmodernism’, to place this literary transformation in a socio-cultural perspective, and describe the ethical as well as the aesthetic dimensions of post-postmodernism. |
| Inge Werner The Transformation of a Genre. Lasca’s Burlesque Style within the Academic World of Sixteenth-Century Florence Started: 01-01-2001 Werner investigates the position of Antonfrancesco Grazzini, detto il Lasca, in the Florentine academy at different stages of his career as a poet, novelliere and playwright. The instability of Lasca's position is affected by the enmities and friendships in his academic relationships, several of which hitherto remain underexposed. The project aims to add to our knowledge of Lasca's contacts and their meaning in the academic environment. The second aim of this research will be to explore the functioning of Lasca's writings, especially nello stile burlesco, based on the hypothesis that he applied the burlesque style as a medium to create a distinct profile for himself: both as a man of letters in the margins of the academy, and, later in his career, as a conformist participant. Accordingly, Lasca's burlesque poetry - for example the comic-heroic epic La Guerra de' Mostri (1548) and various correspondence-poems he wrote to his colleagues - will be pivotal to this project, but contemporary academic sources will be used as well. Lasca's burlesque poetry will be approached in an interdisciplinary manner, firstly as a source for historical evidence of his social circumstances, and secondly from a literary point of view to explore its function and development as a satirical genre. |
| Dissertations |
| Bloemsaat-Voerknecht, L.M., Thomas Bernard und die Musik.
Themenkomplex mit drei Fallstudien und einem musikthematischen Register. PhD supervisor: prof. dr. A.B.M. Naaijkens. PhD degree: 01-09-2004. Bloois, J.G.C. de, L’économie
générale: Georges Bataille dans la pensée de Jaques Derrida. Franssen, G.E.H.I., Gerrit Kouwenaar en de politiek van het
lezen. Hakemulder, F., The Moral Laboratory. Literature and
ethical awareness. Hoogsteder-Kattenburg Schuler, N., Franz Kafka: Mimeses und
Gewalt. 24 Erzählungen im Lichte von René Girards Theorie. Jansen, M.M., Il dibattito sul postmoderno in Italia; in
bilico tra dialettica e ambiguità. Koffeman-Bijman, M.N., Entre Classicisme et Modernité: La
Nouvelle Revue Française dans le champ littéraire de la Belle Epoque. Krijanskaia, D., The directing system of Alexander Tairow. Matthijsen, J.W., The breach and the Observance. Theatre
retranslation as a strategy of artistic defferentiation, with special
reference tot retranslations of Shakespeare's Hamlet (1777-2001). Moerbeek, J.L.M., Canons in context. Canonvorming in het
literatuuronderwijs Nederlands in Nederland en Vlaanderen. Mourits, G.P.M., Zestig. Nederlandse poëzie in de jaren
zestig. Peperkamp, B.J., Over de dichtkunst; een lezing met
demonstraties: interpretatieve en literair-historische beschouwingen
over een programmatisch gedicht van Leo Vroman. Prandoni, J.M., Een mozaïek van stemmen. Verbeeldend lezen
in Vondels Gysbreght van Aemstel. Ram, T.H., Magnitude in Marginality: Edward Cave and the
Gentleman’s Magazine, 1713-1754. Sanders, M.P.J., Het spiegelend venster.
Literatuuropvattingen in het katholieke literaire veld in de periode
1870-1940. Steenbergh, K., Wild justice: The Dynamics of Gender and
Revenge in Early Modern English Drama. Timmer, N.N.A., Do you feel it too? The post-modern
syndrome in American fiction at the turn of the Millenium. Vaessens, T.L., Nijhoff, Van Ostaijen en de mentaliteit van
het modernisme. Veen, W.V. van der, Van Gogh, homme de lettres. Litterature
dans la correspondance de Vincent van Gogh. Veld, S.I., Tot lof van vrouwen? Retorica, sekse en macht
in paradoxale vrouwenloven in de Nederlandse letterkunde (1578-1662). Vrieler, J., Het poëtisch accent: drie literaire genres in
zeventiende-eeuwse Nederlandse pamfletten. Wertheim, D.J., Cherishing a Heretic. The Jews of Weimar
Germany and their Celebration of Spinoza. Wildschut, E.M.M., Bewegen en bewogen: Theoretisch en
empirisch onderzoek naar de beleving van dansvoorstellingen bij kinderen. Wilholt, N.M., ‘Voor alles artieste’. A.A.M. Stols als
uitgever, typograaf en cultureel bemiddelaar in de periode 1922-1942. Woerkum, C.C.M. van, La brassage des
choses. Melange de genres dans le labyrinthe du monde de Marguerite
Yourcenar. |