Regulier onderzoek
De afdeling taalbeheersing doet onderzoek naar taal in gebruik. Het gaat hierbij om het verkrijgen van inzicht in de werking van communicatie: hoe begrijpen we precies wat de ander bedoelt? In welke fasen verwerken we tekst? Hoe weten we in gesprekken wanneer de beurt wisselt en de ander nu iets mag zeggen? Een tweede doel is om, op basis van dat inzicht, communicatie te evalueren en concrete aanbevelingen te doen voor verbetering.
Er is een nieuw onderzoeksprogramma in ontwikkeling. Hieronder staat nog het oude programma.
Cognitieve processen van tekstproductie en -begrip
Ted Sanders, Huub Van den Bergh, Bregje Holleman, Naomi Kamoen, Hanny den Ouden, Pim Mak, Rosie van Veen, Nina Versteeg, Ingrid Persoon, Daphne van Weijen, Marion Tillema
In deze themagroep wordt onderzoek gedaan naar de relatie tussen processen van lezen of schrijven en de cognitieve representatie die taalgebruikers maken van een tekst. Vaak wordt dit gekoppeld aan praktijkadviezen. Bijvoorbeeld: Maken lezers een andere mentale representatie van een tekst mét expliciete coherentiemarkeringen dan van een tekst zénder? En leidt dit ook tot een slechter begrip van de tekst, een lagere waardering, of een andere effect op bijvoorbeeld de overtuigingskracht? Doorlopen slechte schrijvers een ander mentaal proces bij het schrijven dan goede schrijvers? En valt er op grond van dat inzicht misschien een lesmethode te ontwerpen voor die slechtere schrijvers? Hoe gaan beginnende computergebruikers om met de leshandleiding? En wat is dus een nuttige structuur voor de informatie in die handleiding? Hoe beantwoorden respondenten vragenlijstvragen? Hoe kan dus voorkomen worden dat de antwoorden vertekend worden door de vraagformulering?
Discourse-analyse
Paul van den Hoven, Mike Huiskes, Tom Koole, Hanny den Ouden, Jan ten Thije
De discourse-analyse doet onderzoek naar de relatie tussen linguïstische kenmerken van de taal en de non-linguïstische informatie die relevant blijkt voor de processen van productie en en perceptie van gesproken taal. Geprobeerd wordt het proces van betekenisconstructie te reconstrueren aan de hand van deze twee elementen en te verklaren hoe talige, sociale en institutionele kenmerken interageren.
Text Linguistics
Ted Sanders, Jacqueline Evers-Vermeul, Ninke Stukker, Frank Jansen, Leo Lentz, Henk Pander Maat
De aandacht van deze themagroep ligt bij het karakteriseren van de functie(s) van linguïstische elementen in termen van hun conceptuele representatie binnen een tekst en van hoe ze worden gebruikt in communicatie.
Bijvoorbeeld:
Er zijn verschillende causale connectieven in het Nederlands (want, omdat, daarom). Hoe verschillen die in functie of betekenis? Liggen die verschillen hetzelfde in verschillende talen? Hoe verwerven kinderen die verschillende connectieven en verschillende functies?
Text Design & Evaluation
Leo Lentz, Huub Van den Bergh, Bregje Holleman,
Frank Jansen, Daniƫl Janssen, Sanne Elling, Jentine
Halsema-Land
Het doel van dit project is te komen tot kennis om communicatie te optimaliseren op basis van empirische technieken en theoretische kennis. Onderzoek in dit project is bijvoorbeeld gericht op het ontwikkelen van tekstevaluatiemethoden. Andere vragen zijn: hoe leren mensen te schrijven? hoe en in welke talen communiceer je optimaal in en vanuit overheidsorganisaties? Veel adviezen worden ook gebaseerd op onderzoek dat plaatsvindt op het raakvlak tussen deze themagroep en de themagroep 'Cognitieve processen'.
Al het onderzoek van de afdeling taalbeheersing is ondergebracht bij het onderzoeksinstituut UiL OTS. Zie daar voor meer informatie.